Category: FESTIVAL
18 Juli '09 - 04:47
NORTH SEA JAZZ 2009 DAG 2, HOLLANDSE MEESTERS EN ENCORE: JOHN ZORN
North Sea Jazz Festival, Ahoy Rotterdam - 11 juli 2009
Door Louis Obbens met beeld van Fred van Wulften
Op het NSJ was de zaterdag de eerste uitverkochte dag. De verklaring ligt voor de hand: de programmering was ten opzichte van de vrijdag laagdrempelig. Waaronder de vocale bijdragen van Chaka Khan, Erykah Badu, Trijntje Oosterhuis, James Taylor, Wouter Hamel, Amos Lee en van de altsaxofonist Candy Dulfer. Ook buiten de grote publiekstrekkers bleken er ook op deze avond genoeg uitdagingen over voor de die-hard Jazzliefhebbers en fijnproevers. De drukte was te voelen, zonder dat dit nu ten koste ging van de gastvrijheid In Ahoy. Waarbij een kleine kanttekening geplaatst moet worden voor de wijze waarop bezoekers in de Hudson werden aangesproken op hun plaatskeuze in de zaal. Het mag iets minder bruut. Voor het overige niets meer dan lof! Over de nostalgie van het Haagse NSJ werd niets meer vernomen.
Aantrekkelijk geprogrammeerd binnen het tijdschema was het concert van het Nederlandse Starvinsky Orkestar. Ver voor de start van de optredens in de overige zalen trad het ensemble van Martin Fondse aan. Deze pianist en orkestleider is iemand die voortdurend op zoek is naar vernieuwing en grensverlegging. Met een vette maar serieuze knipoog naar componist Igor Stravinsky wordt op originele wijze de Jazz en haar ‘boundaries’ verkend. Het ensemble heeft het vermogen zowel de nuance van de klassieke muziek te laten doorklinken en te kunnen swingen in het idioom van een ware bigband. De composities bieden nadrukkelijk gelegenheid beide muzieksoorten tot uiting te laten komen en ze miraculeus te laten samensmelten. Binnen het al even intieme als explosieve geheel is zelfs ruimte voor improvisatie van de individuele leden. Claudio Puntin op klarinetten en Eric Vloeimans trompet, soleerden eigenzinnig en vernuftig op een mooi gelegd orkestraal tapijt.
De drang naar weer een confrontatie met andere creaties van John Zorn was ook op deze dag onweerstaanbaar. Het project Bar Kokhba, waarin artist of residence John Zorn al jaren geleden de muziek van het extraverte Masada vertaalde naar een Kamermuziek-achtige setting, stond in de Darling als een huis. De energie, de timing en de sfeer, van lekker loom tot een waarlijk gevoelde dreiging, waren fenomenaal. Uiteraard op gewaagde wijze gegoten in een zeer nadrukkelijke of nauwelijks waarneembare joods-mystieke sound. Zorn zelf oogde enthousiast en relaxed en loodste zijn ensemble door de complexe materie heen, door met name het ritme aan te sturen en waar nodig te wijzigen.
Het optreden van het trio John Zorn, Bill Lasewell & Milford Graves verrassend aangevuld met Bill Frisell later die avond, kwam van een geheel andere planeet. Geen Jazz, improvisatie laat staan subtiele Kamermuziek. Compromisloze steenharde ‘groove’ gebeiteld in energiek gelegd, maar snoeihard drum-fundament. De snerpende saxgeluiden van Zorn, waren niet bepaald een noviteit, maar zeer effectief en strijdbaar. Het impressionistische spel van Frisell vormde een welkom contrast, in een evenement dat veel weg had van een ‘Warzone’!
De grootste teleurstelling van het festival had daarvoor al plaatsgehad. Laconiek werd melding gemaakt van de ziekte van Lee Konitz waardoor de bijzondere, maar toch al eerder beproefde ontmoeting, tussen meesterpianist Brad Mehldau en altist, in rook opging. Vervanging was niet nodig gebleken en daar is op de keper beschouwd ook niet direct aanleiding voor. Er stond nu eenmaal een pianotrio dat nauwelijks zijn gelijke kent. Dit werd waargemaakt, ware het niet dat het subtiele, genuanceerde improvisatiespel zich meer leent voor een kleinere zaal met een andere akoestiek. In hoofdzakelijk ballads en midtempo stukken werd technisch virtuoos en in samenhang gespeeld.
Zo werd de diepte in de stukken opgezocht of rondom het thema losjes en licht geďmproviseerd. Het is verbluffend te zien en te horen dat Mehldau het talent heeft om twee verhaallijnen tegelijkertijd op de piano neer te leggen, waarbij elk noot betekenis krijgt.
Bijzonder was het feest van herkenning bij het optreden van het Benjamin Herman Kwartet. Een concert van het van enthousiasme en energie overlopende duo Herman en Goudsmit is altijd aanstekelijk en meeslepend. Waarbij gezegd moet worden dat de ritmesectie schijnbaar met onopvallend gemak de boel overeind houdt. Het lijkt misschien makkelijk te verorberen kost, maar een hommage aan Mengelberg, is geen sinecure. De ragfijne improvisaties en de verscheidenheid aan beelden in sexy klinkende muziek zorgt voor een dubbele gelaagdheid die de muziek zo vorstelijk maakt.
De afsluiting van de avond was aan de beroemde Franse accordeonist Richard Galliano. De ‘soulmate’ van meester Astor Piazzolla en bedenker van de stijl ‘New Musette’ kwam voor de dag in een droombezetting. Met naast hem de Cubaanse pianist Gonzalo Rubalcaba, bassist Richard Bona en drummer Clarence Penn (o.a. Dave Douglas). Franse volksmuziek, gestoken in een modern jasje en gecombineerd met verfijnde, percussieve Cubaanse motieven. Gepassioneerd gebracht, waarbij de bijdragen van de pianist en de bassist gezien de status en het muzikaal vermogen van beide, meer over het voetlicht had mogen komen. De melancholie van de accordeon, hoe mooi ook, verloor gaandeweg aan zeggingskracht.