Category: FESTIVAL, LIVE
20 Juli '09 - 21:03
NORTH SEA JAZZ 2009 DAG 3, JAZZGROOTHEDEN STELLEN TELEUR.
North Sea Jazz, Ahoy Rotterdam - 12 juli 2009
Door Louis Obbens met beeld van Fred van Wulften
Je zou kunnen zeggen dat de laatste dag van het NSJ een dag was van de popmuziek.
In de ‘Nile’ traden met een tussenpose van een kwartier, David Sanborn, Jamie Cullum, Seal, Adele en Steve Winwood, op. Ze brachten allemaal hun eigen verhaal mee naar het festival. David Sanborn, de man van de pakkende jazzy poptunes, gelikt maar herkenbaar uit duizenden, zou terugkeren naar zijn roots en in een R&B variant een hommage brengen aan de blazers van weleer, te weten Hank Crawford en David ‘ fathead’ Newman. Jamie Cullum, de zanger, pianist en entertainer, zou hij, de meer dan succesvolle muzikant uit 2004, met iets onuitwisbaars komen? Zou youngster Adele het er beter afbrengen dan Duffy de vrijdag ervoor?
Je zou ook kunnen beweren dat de zondag ook de dag van de nog levenden jazzgrootheden was. Op vrijdag trad er slechts eentje op, namelijk pianist Hank Jones, en op zaterdag had Lee Konitz wegens ziekte verstek laten gaan. Op zondag was er niemand minder dan McCoy Tyner, de legendarische sideman van ‘godheid’ John Coltrane, te bewonderen. Dit in een bezetting van maar liefst twee moderne topgitaristen en saxofonist Gary Bartz (o.a. Miles Davis). Voeg hieraan toe drummer Roy Haynes, nestor van het NSJ, befaamd vanwege zijn rol in de groepen en geluidsdragers van Charlie Parker, John Coltrane, Miles Davis en Sonny Rollins, en de stelling is niet meer onderuit te halen. Even zo goed zou je kunnen inbrengen dat het thema Japan prominent was voor de zondag. In de Missouri traden 4 artiesten uit Japan aan. Ditmaal niet uit de levendige clubscene maar uit de actuele, vrije improvisatie hoek. De kans om de legendarische Amerikanen nog een keer te kunnen zien won het van mijn nieuwsgierigheid voor de Japanners.
De opening van Chucho Valdes Big Band in de Hudson bleek een positieve verrassing. Deze formatie bracht geen Latin-jazz, waarop het makkelijk scoren is. De mengvorm die voor het voetlicht werd gebracht, door een van de vormgevers van de Cuba-jazz, was swingend, vernuftig en boeiend. In vijf kwartier tijd kwamen vijf lange en onderling gevarieerde stukken vol vuur langs vliegen. Dan weer domineerde de Latin, hot en spicy, dan weer de ragfijne, van stemming wisselende Jazz, om bij vlagen heerlijk in elkaar over te overlopen. Het vernuftige zat met name in de geavanceerde harmonie en de complexe, afwisselende ritmes. De solo’s van Valdes waren intens, intelligent en adembenemend van opbouw. Zowel percussief als melodisch interessant en in de combinatie van beiden, weergaloos en oorspronkelijk. Wie gedacht had dat alleen de wervelwinden uit de Golf van Mexico voorbij gierden werd bedrogen. Ook de subtiele, zachtmoedige romantiek en de emotionele, aanzwellende klassieke Cubaanse zang kwam voorbij. Een opmaat voor de legendarische Amerikanen die het stokje zouden overnemen.
Als eerste trad het trio van Roy Haynes aan. Danilo Perez was in dit trio vervangen door pianist David Kikoski. In een inmiddels overvolle zaal vond een niet meer dan bevredigend trio optreden plaats. De overwegend in dienst van het groepsgeluid spelende Haynes, drumde lichtvoetig en leverde zo nu en dan mooie drum-miniatuurtjes aan. In een set waarin relatief veel stukken van Monk gespeeld werden. Haynes oogde overigens zeer vitaal in zijn presentatie en het is te hopen dat we deze legende in de toekomst in een andere (lees meer spannende) setting kunnen zien en horen. Overall te plichtmatig!
Bij het concert van McCoy Tyner moet gezegd worden dat de pianotouch en het schetsend akkoordengebruik van de meester intact zijn. Het is boeiend om de pianist te horen in de opbouw van de nummers, vaak van eigen hand of wederom van Monk. Voor de hand liggend speelde Tyner met meerdere gitaristen. Want op zijn laatste CD begeleidt Tyner namelijk een vijftal gitaristen, waarvan Frisell en Scofield deel van uitmaken. Het werd een verre van legendarisch optreden, daarvoor was het spel van de pianist te pover en strandden de solo’s van hemzelf nogal eens. Maar dit behoeft nog geen bezwaar te zijn wanneer de bijdragen van de overige solisten de moeite van het vermelden waren. Dit was slechts ten dele waar! Saxofonist Gary Bartz nam weliswaar verdienstelijk het leeuwendeel van het solowerk voor zijn rekening maar van de gitaristen mocht meer verwacht worden dan werd geboden. Het licht vertraagde en verstoorde intieme geluid van Frisell paste beter bij het breekbare pianospel en contrasteerde mooi bij het spel van Bartz. Het uitgesproken geluid van de slordig opererende Scofield klonk als los zand binnen het gehele concept.
Het afsluitende Nicolas Payton Quintet bracht contemplatieve, zwevende muziek. Het was allesbehalve de afsluiter die je had gehoopt, dit op een overigens artistiek en commercieel succesvol NSJ. De muziek die verdraagzaamheid predikte en zachtmoedig klonk, verdient een ander tijdstip en een andere ambiance. Misschien komt het dan beter tot zijn recht, want Nicolas Payton is een muzikant die wel wat te melden heeft. Maar in de grote Hudson verdween het publiek en masse!
Zie ook:
NORTH SEA JAZZ 2009 DAG 1, JOHN ZORN: OVERWELDIGEND!
JAPANNERS STELEN DE SHOW OP NORTH SEA JAZZ FESTIVAL 2009
NORTH SEA JAZZ 2009 DAG 2, HOLLANDSE MEESTERS EN ENCORE: JOHN ZORN