Category: FESTIVAL, LIVE

28 Augustus '09 - 15:46

OPEENSTAPELING VAN HOOGTEPUNTEN OP JAZZ MIDDELHEIM 2009

Billy Harper Craig Handy
Park den Brandt, Antwerpen - 15 & 16 augustus 2009
Door Rene de Hilster met beeld van Jos L Knaepen (klik voor vergroting)

De inmiddels 28ste editie van Jazz Middelheim kan als een succes worden gezien. Meer dan 17000 bezoekers, vorig jaar waren het er 14500, trokken dit jaar naar Park Den Brandt in Antwerpen. De eerste en de derde dag waren uitverkocht, een feit dat vooral op het conto van respectievelijk het trio Anderson/Reed/Zorn en Toots Thielemans kan worden geschreven. Ook dit jaar was het festival weer een gezamenlijke productie van VZW Jazz & Muziek uit Gent en VRT Cultuur. Die samenwerking lijkt zijn vruchten af te werpen en zal zeker de komende jaren stand houden.

De programmering was dit jaar sterk en divers en kenden een aantal hoogtepunten en natuurlijk ook een paar dieptepunten. Jazz Middelheim is een ouderwets festival in die zin dat alles op één podium gebeurt. Concerten zappen is er niet bij en dat draagt zeker bij tot een groter luistergenot. Nadeel is dat je soms een concert voor de kiezen krijgt wat je niet mooi vindt. Een wandeling door het Park is dan een goed alternatief net als proeven van het altijd zeer smaakvolle Belgische bier.
In eerdere rapportages kwamen 13 augustus en 14 augustus al aan bod. In dit stuk worden de overige dagen nader belicht.

George Cables

Zaterdag 15 augustus

The Cookers

Een zeer mooie maar ook zeer warme dag. Heel toepasselijk ging deze derde festivaldag van start met The Cookers. De naam van deze door trompettist David Weiss bij elkaar getrommelde allstarband wordt ontleend aan de enige op plaat vastgelegde ontmoeting van de trompettisten Freddie Hubbard en Lee Morgan. Op 9 en 10 april van het jaar 1965 ontmoette zij elkaar in Club La Marchal in New York. De heren werden toen bijgestaan door pianist Harold Mabern, bassist Larry Ridley, drummer Pete LaRocca, congaspeler Big Black en altist/fluitist James Spaulding. Voor deze nieuwe versie van de The Cookers heeft David Weiss de conga’s ingeruild voor een tenorsaxofonist. Een wijze keuze! De toevoeging allstars kan zonder meer terecht worden genoemd. Met George Cables aan de piano, bassist Cecil McBee en Billy Hart achter de potten en pannen heb je zonder meer een topritmesectie. Voeg daar een frontline van Eddie Henderson, Craig Handy, Billy Harper en David Weiss aan toe en je hebt een topbezetting. Toch staan zulke Allstars niet altijd garant voor een goed optreden. Gelukkig was dat dit keer niet het geval en gaf de groep een spetterend concert. Met een aantal mooie stukken op het programma zoals Peacemaker van Cecil McBee, The Core van Freddie Hubbard, Sweet Rita Suite part 2 van George Cables en als ontbetwist hoogtepunt Priestress van BIlly Harper wisten The Cookers een mooie spanningsboog te creëren. Vlammende solo’s, subliem spel van de kokende ritmesectie en sterk ensemblewerk zorgden voor een indrukwekkende performance die tot de beste van het festival behoorde.

MSG

Hoe anders was MSG, een trio bestaande uit altist Rudresh Mahanthappa, drummer Chander Sardjoe en bassist Ronan Guilfoyle. Alle drie de heren beheerste hun instrument, dat was duidelijk te horen. Al die technische vernuftigheid resulteerde echter in een weinig overtuigende notenpoeperij waarbij de toonladders je als pingpongballen om de oren vlogen. De nadruk lag vooral op kwantiteit. In het gehele optreden viel geen verhaallijn te ontdekken. Alleen bassist Guilfoyle was daar een positieve uitzondering op. Hij speelde spaarzaam en verhalend. In al het muzikale geweld van Sardjoe en Mahanthappa waren zijn bijdragen een verademing.

Philip Catherine Ricardo Del Fra Aldo Romano

Chet Mood

Over Chet Baker valt veel te zeggen. Van een overdadig gebruik van techniek kan echter vriend noch vijand hem beschuldigen. Dat deze tribute dan ook vooral om het spelen van mooie noten en het vertellen van een verhaal ging zal niemand verbazen. Ter nagedachtenis aan de grote zanger en trompettist had het festival een hofje bij elkaar gehaald van lieden die allemaal met Chet het podium hebben gedeeld. De altijd olijke Belg Philip Catherine heeft vele concerten gedaan met Chet. Ook bassist Ricardo DelFra heeft Chet vele malen voorzien van de juiste basnoot. Drummer Aldo Romano was naast John Engels één van de weinige drummers waarmee Baker het fijn spelen vond. De Italiaanse trompetster Enrico Rava zal ongetwijfeld in zijn moederland naast Chet Baker op het podium hebben gestaan.

Het concert ging van start met All Of You. De ritmesectie moest hoorbaar nog even aan elkaar wennen. Dat lag niet aan het rotsvaste spel van Ricardo DelFra maar wel aan de wat vreemde timing van Philip Catherine. Deze uit Brussel afkomstige gitarist heeft een wat hoekige manier van begeleiden. Zijn timing is uniek en zeer eigenzinnig maar heeft soms iets weg van een op swing gebaseerde klompendans. Voor een drummer is dat even wennen en ook Aldo Romano had wat tijd nodig voordat hij de slag te pakken had. Toen het eenmaal zover was hoorden we een dijk van een ritmesectie die lyrisch en met veel speelgemak de muziek van richting voorzag. Enrico Rava legde daaroverheen zijn melodische trompetlijnen waarbij hij het avontuur zeker niet schuwde en soms de harmonische uithoeken van de gespeelde standards opzocht. Wat betreft de repertoirekeuze had het programma beter Chet’s Choice kunnen heten. Alle stukken zijn in lang vervlogen tijden door de meester zelf voor het voetlicht gebracht. Een feest der herkenning dus met werkjes als I’m A Fool To Want You, Pokadots and Moonbeams, Bernie’s Tune, Doodlin’ en natuurlijk My Funny Valtentine.

Toots

Er was lang naar uitgekeken en de verwachtingen waren hoog gespannen. Hoe zou Toots klinken met het trio van Danilo Perez? Het moderne, percussieve en hoekige pianospel van de Panamese pianoreus is nu eenmaal niet iets wat je als de ideale begeleiding van de altijd wat fragiel klinkende mondharmonicavirtuoos zou verwachten. Helaas zijn we daar nog steeds niet achter want Perez moest op last van zijn arts afzeggen. Geen nood, het Karel Boehlee trio was beschikbaar en heeft deze job al meer gedaan.

Als Toots Thielemans om even over negenen na een staande ovatie de eerste maten inzet van In Your Own Sweet Way gaat er een siddering door de zaal. Toots is in goeden doen en lijkt vooral te willen spelen. De begeleiding is daarbij voorbeeldig en past hem als een handschoen. Karel Boehlee, Hein van de Geyn en Hans van Oosterhout ondersteunen de oude baas perfect. Zelfs als Toots een que mist of een maatje overslaat zijn de drie heren er om hem op te vangen.
Vooral veel moois tijdens deze set en het publiek laat Toots niet gaan. Na drie toegiften is het echt voorbij en hebben we weer een mooie dag met prima muziek achter de rug.

Toots Bert Joris Dado Moroni

Zondag 16 augustus

Bert Joris Quartet

Het is wederom lekker weer als om drie uur het Bert Joris Quartet bezit van het podium neemt. Bert Joris is stamgast op Jazz Middelheim en zijn kwartet met Dado Moroni, Philip Aerts en Dré Pallemaerts in de gelederen is zijn favoriete band en speelde ook al op Middelheim in 2007. Al is dit toch een beetje een gelegeheidsformatie, de band klonk sterker en meer homogeen dan op hun eerdere Middelheim optreden. De ritmesectie had een sterkere, vooral meer voelbare, beat en Bert zelf had duidelijk meer te vertellen. Op het programma oude en nieuwe stukken met als hoogtepunt het zeer lyrisch en doorleefde All Over Me. Naast de leider was het vooral Dado Moroni die veel soloruimte kreeg. Zo nu en dan had hij erg veel McCoy Tyner aan zijn handen kleven maar dat mocht de pret niet drukken. Zijn opzwepende spel bracht de band in vuur en vlam en zorgde voor een kokende opener van deze laatste festivaldag.

Jason Moran

Waar hoogtepunten zijn, zijn er ook dieptepunten. Betreffende de dieptepunten was het een strijd tussen het trio Anderson/Reed/Zorn of Jason Moran en zijn bandwagon plus 2. Uiteindelijk heeft Jason Moran glansrijk gewonnen. Bij de verrichtingen van Zorn c.s. kon je nog een aantal filmbeelden voorstellen. De weg die Jason Moran echter had ingeslagen had niets met jazz van doen. De bandwagon versterkt met gitarist Bill frisell en de zingende vrouw van Jason Moran sloeg doodlopende wegen in en produceerde bergen geluid waar kop noch staart aanzat. Daarbij oogde de band alsof dit een verplicht nummer was. Niet echt een inspirerend gebeuren.

Phillipe Aerts Dre Pallemaerts Charlie Haden

Charlie Haden en Kenny Barron

Een duo van bas en piano op een buitenfestival is zeer gewaagd. Voordat je het weet gaat het optreden verloren in het omgevingsgeluid. Als er dan ook nog bewust voor wordt gekozen om het volume laag te houden dan kan je ergste vrezen. Niets bleek echter minder waar en het duo Barron/Haden had in mum van tijd de tent en de wijde omgeving stil. In een serie standards en composities van Charlie Haden liet het duo horen dat er in deze kale bezetting spannend gespeeld kan worden. Kenny Barron behoort zonder meer bij de pianospelende wereldtop en liet dat in volle glorie horen. Melodische solo´s, mooie voicings en ritmisch zeer sterk deed hij de afwezigheid van een drummer vergeten. Bassist Charlie Haden lijkt de ideale muzikale partner voor een duo. Ook hij legt een ritmisch stevig fundament en is een solist van formaat. Zijn solo´s bevatten weinig technisch vernuft en worden vooral in het lage register gespeeld. Niettemin vertelt de man een echt verhaal op zijn bas. Soms waren er wat missers zoals in Ornithology waar Haden eigenlijk het thema voor zijn rekening wilde nemen maar die mogelijkheid werd weggekaapt door Kenny Barron.

Na de lange set, die niet als zodanig aanvoelde, kregen de luisteraars als dank het compliment van Charlie dat ze zulke goede oren hadden.

Kenny Barron David Murray David Murray

David Murray plays Nat King Cole “En Espagnol”

Visualiseer het volgende: neem een podium in gedachten met rechts een strijkersectie in nette zwarte jurkjes en pakken, links een blazerssectie in keurig zwarte kledij, achterin een vierkoppige ritmesectie en daartussen in een stralend wit pak staat de altijd wat brutale, trotse en zeer aanwezige David Murray met een zilverkleurige sax om zijn nek. Een mooi beeld toch?

Het zag er niet alleen goed uit het klonk ook geweldig. David Murray had het Spaanse repertoire van Nat King Cole een jazzfacelift gegeven en daarmee een programma vol contrasten gecreëerd.

Nat King Cole zong indertijd een aantal Spaanstalige en vooral op Cubaans leest geschoeide smartlappen. Stukken als Tres Palabras, Chachito, Quizas Quizas Quizas en Ansiedad kregen bij deze zoetgevooisde crooner een zachte harmonieuze bewerking, Murray maakte er echter jazz van. Ten eerste doordat hij met zijn rauwe brede toon de thema’s een totaal andere klank gaf. Ten tweede omdat hij alle stukken zeer avontuurlijk had gearrangeerd en zijn hele orkest in de arrangementen wist te betrekken. Als derde is er het niets ontziende solowerk van David Murray. Voor hem zijn er geen grenzen. Hij kan alles op de tenor. Snel, breed, langzaam, laag, hoog en vooral lang. Zijn intensieve solo’s zetten de tent en de band op zijn kop.

Maar ook zijn sideman wisten van wanten. Twee trompettisten, die misschien niet harmonisch tot de meest geavanceerde musici behoorde, wisten de zaak op zijn kop te krijgen met acrobatisch trompetwerk. Orlando Sanchez Soto is een tenorist die goed naar Coltrane heeft geluisterd en lange opwindende notenslierten de zaal in slingerde.

Behalve puik ensemblewerk en stevige solowerk swingde het ook nog eens enorm. Stil blijven zitten was moeilijk.

Een mooi project van de altijd verassende David Murray en een mooie afsluiter van een prima editie van Jazz Middelheim. Volgend jaar weer!



  
Persoonlijke info onthouden?

Emoticons / Textile

Reactiemoderatie staat aan op deze site. Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn, tot deze is goedgekeurd door een beheerder.

  (Register your username / Log in)

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.